AOW-ers wonen minder vaak bij hun kinderen

AOW-ers wonen minder vaak bij hun kinderen

Het aantal 40-plussers van wie één of beide ouders nog leven nam enorm toe de afgelopen tien jaar. Ondanks deze toename bleef het aantal huishoudens waarin volwassen kinderen met hun ouders op leeftijd samenwonen nagenoeg gelijk.

In 2013 woonden 182 duizend ouders in de AOW-gerechtigde leeftijd samen met één of meerdere volwassen kinderen in één huis. Dit aantal blijft redelijk constant, ondanks het feit dat steeds meer mensen op middelbare leeftijd nog één of beide ouders hebben. Meestal gaat het om een woonsituatie van ouders die een huishouden delen met één volwassen kind.

Afgezet tegen het totale aantal volwassen kinderen met levende ouders, is woningdelen een relatief zeldzaam fenomeen. Zo deelt van alle volwassen kinderen tussen 30 en 40 jaar oud waarvan beide ouders nog leven, 1,3 procent een woning met hen. Binnen alle leeftijdsgroepen kinderen nam het aandeel woningdelers met ouders boven de 65 in de afgelopen tien jaar af. Een uitzondering zijn de jongvolwassenen (18 tot 30 jaar) die met beide ouders wonen: hier nam het aandeel licht toe, van 0,6 naar 0,8 procent.

Geen reacties

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd